Bobby Fischer

Schaaklegende Bobby Fischer werd in 1972 wereldkampioen en verdween daarna van de aardbodem. Het is een raadsel waar hij gebleven is. Wel is zeker dat de topschaker een zwervend bestaan leidt en absoluut niet gevonden wil worden. Uit interviews blijkt dat Bobby Fischer er radicale ideeŽn op na houdt. De FBI schaduwde hem jarenlang uit angst dat hij voor de Russen spioneerde. Wie is deze topschaker, vermeende spion en radicaal? En waar is hij gebleven?

Met die vragen begon Kees Jongkind zijn zoektocht naar 'de dolende koning van het schaakbord'. De tocht voerde hem naar de Verenigde Staten, CuraÁao en SloveniŽ, op zoek naar de schuilplaats van Bobby Fischer en de persoon achter de schaaklegende. Hij sprak met mensen die Fischer hebben ontmoet en met vele schakers. Het resultaat is een bijzondere documentaire met unieke beelden. 'Bobby Fischer, de dolende koning' is op dinsdag 14 januari om 22.50 uur te zien op Nederland 2.

Bobby Fischer, het Amerikaanse wonderkind, versloeg in 1972 Boris Spassky uit de Sovjet Unie en werd daarmee de eerste Westerse wereldkampioen sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar na zijn wereldtitel weigerde Bobby Fischer zijn titel te verdedigen en leek hij van de aardbodem verdwenen. Eťn keer dook hij weer op, in 1992 om een revanchematch te spelen tegen Spassky in het door oorlog verscheurde JoegoslaviŽ. Hiermee schond hij het handelsembargo van de Verenigde Naties. Hij is daardoor niet meer welkom in de Verenigde Staten. Fischer, die in maart zestig jaar wordt, leidt een zwervend bestaan en wil absoluut onvindbaar blijven. Heel af en toe geeft hij een teken van leven tijdens radio-interviews. Dan blijkt dat hij er steeds radicalere ideeŽn op na is gaan houden wat betreft Amerika, de joden en de wereld.

Onlangs bleek uit FBI-dossiers dat Fischer jarenlang is geschaduwd omdat men bang was dat hij zou spioneren voor de Russen. Kees Jongkind en Jurgen Leurdijk hebben de afgelopen maanden geprobeerd dichterbij Fischer te komen. Kees Jongkind reisde naar CuraÁao, SloveniŽ en de VS en sprak onder andere met mensen die Fischer hebben ontmoet en vele schakers onder wie Anatoli Karpov, Viktor Kortsnoi, Nigel Short en Jan Timman. Uit al die gesprekken ontstaat het beeld van een gespleten persoonlijkheid: Bobby, de geniale schaker en Fischer, de mens met verderfelijke denkbeelden. In een poging om hem te vinden, stuitte men steeds op de onwil van de weinige vrienden die de oud-schaker heeft. Want alleen maar praten over Bobby kan het einde betekenen van de vriendschap. Op deze manier weet Fischer zijn schuilplaats goed verborgen te houden.

Het maken van het portret was niet alleen een zoektocht naar de persoon, maar ook naar beeldmateriaal. Fischers carriŤre was immers bijzonder kort en hij treedt niet meer in de openbaarheid. Toch hebben de samenstellers uniek materiaal gevonden in de verschillende internationale beeldarchieven. Deze beelden laten samen met de gesprekken een interessant tijdsbeeld zien van de afgelopen 60 jaar.